|

Hongaarse vluchtelingen (1956)

In het voorjaar van 1957 werd er hard geklust in een oude, uitgewoonde villa aan de Oosterstraat in Warffum. Honderd vrijwilligers hielpen wekenlang om het eens zo deftige herenhuis bewoonbaar te maken voor twee Hongaarse families, die hun land waren ontvlucht na de bloedige onderdrukking van de Hongaarse Opstand door het Russische leger. Toen het huis klaar was overhandigde burgemeester Molly Geertsema plechtig de sleutel aan Josef Kardos, de vader van een gezin met drie kinderen. De moeder van het tweede gezin bedankte de Warffumers voor het droomhuis.

Terug naar 1956: in oktober sloeg de opstand tegen het strenge communistische bewind in Hongarije over van de hoofdstad Boedapest naar de provincies. In het kleine Mosonmagyaróvár bij de Oostenrijkse grens sloot de achttienjarige scholier Istvan Kardos zich aan bij de demonstranten. Hij was er getuige van hoe ruim honderd demonstranten werden doodgeschoten toen ze de gehate rode communistische ster van een kazerne wilden verwijderen. Na hun begrafenis trad Istvan toe tot de revolutionaire raad in het stadje, die onder leiding stond van zijn natuurkundeleraar. Een paar dagen later maakten Russische tanks een bloedig eind aan de Hongaarse Opstand. Istvan Kardos vluchtte naar Oostenrijk, waar hij werd uitgenodigd om naar Nederland te komen.

Burgemeester Geertsema nam Istvan uit een opvangkamp bij Zeist mee naar Warffum. Een paar maanden later volgden zijn ouders, zijn vijftienjarige zusje Eva en zijn tweejarige broertje Peter. Ze werden opgevangen in het grote huis aan de Oosterstraat. Lang woonden ze er niet, want de villa werd verkocht aan de directeur van aardappelmeelverwerker Rixona. In 1958 verhuisde de familie Kardos naar de Pastorieweg, waar ze tot 1961 bleven. De kleine Peter leerde Gronings op straat, vertelde hij me toen hij een paar jaar geleden in Warffum op bezoek was. Hij zoefde op zijn rode step van de wierde af en vocht met zijn klasgenoten van de openbare school met de leerlingen van de School met de Bijbel. Dat is nog eens integratie.

We maakten een rondgang langs de huizen waar hij gewoond had. In de Pastorieweg kreeg hij van de huidige bewoners een paar Hongaarse kranten uit 1958 mee, die ze een paar jaar eerder bij een verbouwing achter in een kast hadden gevonden.

Erik de Graaf

Dit stuk verscheen eerder in Blad voor Noord-Groningen (nr. 26; april/mei 2022) 33-34

Vergelijkbare berichten