Marten Teenstra
|

Met de pen tegen de slavernij

In 1834 veroorzaakte dominee Hendrik de Cock in Ulrum de Afscheiding, die uitmondde in de stichting van de gereformeerde kerk. Sinds enige tijd maakt de Stichting Ulrum 1834 werk van het roemruchte verleden van het dorp met het doel om Ulrum op de toeristische kaart te zetten. Er is al veel informatie uit de archieven opgediept en verwerkt in interessante uitgaven, exposities en in historische wandelingen.

Eind april werden in café Neptunus een boekje van Jaap Tuma gepresenteerd over een tweede historische Ulrummer. Marten Douwes Teenstra werd in 1795 geboren in een rijk boerengeslacht in Ruigezand bij Lauwerzijl (inmiddels Teenstraweg). Hij werd ook landbouwer, maar zijn belangstelling lag eigenlijk in wetenschap, cultuur en bestuur. Na zijn huwelijk met een rijke domineesdochter kocht hij de boerderij Arion in de Noordpolder boven Den Andel, nu gelegen aan de (u raadt het al) M.D. Teenstraweg.

Door een economische crisis mislukte het avontuur in de Noordpolder. Teenstra verhuurde Arion en trok de wijde wereld in, zijn gezin achterlatend in Noord-Groningen. In Zuid-Afrika, Nederlands-Indië en Suriname kwam hij in aanraking met de slechtste kanten van de slavernij. Niet met de pen te beschrijven, vond hij, maar hij beschreef ze toch in boeken en artikelen. Zijn schrijverij maakte hem niet populair bij het koloniale gezag en bij de slavenhouders. En toch zal ik het publiceren, reageerde hij op dreigementen. In 1833 werd Teenstra ontslagen. Hij keerde terug naar zijn gezin, dat inmiddels in Ulrum woonde. Daar viel hij in 1834 met zijn neus in de boter van de Afscheiding. De conservatieve De Cock kreeg het flink aan de stok met de liberale Teenstra.

De strijd tegen de slavernij bleef een hoofdthema in het leven van Teenstra. Regelmatig schreef hij vlammende brieven aan de Tweede Kamer, waarin hij aandrong op afschaffing. Hij was zijn tijd ver vooruit, maar langzamerhand werd er beter naar hem geluisterd. Een jaar voor zijn dood in 1864 maakte hij de afschaffing van de slavernij nog mee. Hij werd begraven in Ulrum. Op zijn grafmonument staat een door hem zelf geschreven gedicht van drie strofen. 

Het graf van Teenstra in Ulrum

Marten Teenstra ligt begraven op de kleine begraafplaats Snakkeburen in Ulrum, vlakbij de oude pastorie van Hendrik de Cock. De middelste strofe van het door Teenstra geschreven gedicht luidt:

D’ onsterfelijke geest 

Met hoop en geest verwant

Reikt boven het begrip

Van ’t menschelijk verstand.

Het is een schitterend initiatief van de Stichting Ulrum 1834 om de oud-dorpsgenoot Marten Douwes Teenstra in het zonnetje te zetten. Het boek is hopelijk een eerste aanzet tot verder onderzoek, want de man verdient een lijvige biografie.

Erik de Graaf

Een expositie over Marten Douwes Teenstra is nog tot 1 juli a.s. te zien tegenover Café Neptunus aan de Leerweg 50 in Ulrum (geopend op van 11 tot 16 uur)

Dit stuk verscheen als recensie in Blad voor Noord-Groningen  (juni-juli 2023). Dank voor de foto van Joost Eskes, die zelf een mooi stuk over Teenstra schreef op Historiek. Online geschiedenismagazine.

Over het boek:

Jaap Tuma, En toch zal ik. De rol van Marten Douwes Teenstra bij de afschaffing van de slavernij. Strijder van het eerste uur

Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023 / ISBN 978 902 325 969 5 / 80 pagina’s, € 12,50

Vergelijkbare berichten